Berthe Morisot, DE impressionist onder de impressionisten

28 10 2012

Niemand vertegenwoordigt het impressionisme met meer talent en met meer autoriteit dan Berthe Morisot….. Dat zijn de woorden die kunstcriticus Gustave Geffroy in 1881 schreef. Geffroy hoorde tot de groep critici die zich vanaf het begin positief uitliet over het impressionisme. Het is interessant om te zien hoe hij Morisot op waarde weet te schatten terwijl men vandaag de dag amper met haar werk bekend is. Dat ligt noch aan Geffroy, noch aan Morisot maar heeft alles te maken met de male gaze waarmee de canon van de kunstgeschiedenis, gecreëerd in het midden van de 19e eeuw, in latere tijden is aangevuld.

 

In mijn boek ‘Herstory of Art’ (2012) heb ik duidelijk gemaakt waarom vrouwelijke kunstenaars vaak in de vergetelheid zijn geraakt of in de schaduw bleven staan van ‘de grote meesters’. Immers, de kunstgeschiedenis is hoofdzakelijk gericht op ‘dead white male artists’. Het is nog steeds overduidelijk zijn verhaal (his story) dat de canon van de kunstgeschiedenis bepaalt. ‘Herstory of Art’ toont aan dat het noodzakelijk is om de kunstgeschiedenis aan te vangen met de vroegste kunstuitingen in de oude steentijd. Niet alleen wordt dan zichtbaar dat vrouwelijke kunstenaars evengoed een essentiële rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de kunsten en geenszins in de marges van de kunstgeschiedenis staan, ook wordt duidelijk dat vrouwelijke kunstenaars volop meebewegen op gelijke voet met mannelijke kunstenaars. In mijn boek toon ik bovendien aan dat er in een ver verleden egalitaire culturen waren, waar mannen en vrouwen naast elkaar leefden en vanuit hun eigen potentieel een bijdrage leverden aan het in stand houden van de samenleving. Helaas zijn de meeste van deze culturen onder de voet gelopen door dominante culturen (lees mijn artikel over ‘De vergeten wereld van Oud Europa: de Donau cultuur 5000-3500 BC’). Gelijkwaardigheid is een van de kernbegrippen van een egalitaire cultuur. En dat brengt ons weer bij het impressionisme. Wanneer wij namelijk de gekleurde bril afzetten waarbij alleen mannelijke kunstenaars vernieuwend kunnen zijn, wordt zichtbaar dat vrouwelijke kunstenaars als bijvoorbeeld Berthe Morisot en Mary Cassatt ook bepalend zijn geweest voor het ontstaan van het impressionisme als avant-gardistische stroming. De term ‘impressionisme’ is ontstaan in 1874, toen een groep kunstenaars uit onvrede met het feit dat hun werk amper op de officiële Salon werd toegelaten een eigen tentoonstelling organiseerde. De titel van het schilderij ‘Impression, soleil levant’ van Claude Monet (1840-1926) was de aanleiding om deze groep kunstenaars voortaan aan te duiden als impressionisten.

 

Berthe Morisot (1841-1895) kwam uit de gegoede burgerij en zoals destijds gebruikelijk was in deze kringen, kregen meisjes o.a. schilder- en tekenlessen zodat zij een goede partij zouden vinden op de huwelijksmarkt. Echter, Berthe en haar zussen waren talentvol en leergierig. Een van hun leraren heeft eens de volgende woorden geschreven aan hun moeder: Uw dochters hebben een bijzonder karakter en dat betekent dat mijn lessen als effect zullen hebben dat deze kunst meer is dan ontspanning voor hen: het zullen echte schilders worden. Beseft u wat dat betekent, madame Morisot, in uw milieu – de hoge burgerij, zou dat een revolutie zijn, ik zou haast zeggen een catastrofe! Weet u heel zeker dat u de kunst nooit zult vervloeken, die het bestaan van uw kinderen volledig zal beheersen. Berthe’s beiden zussen trouwden en legden na hun huwelijk de penselen neer, zij schilderden niet verder. Berthe zelf wenste aanvankelijk niet te trouwen, schilderen was immers haar lust en haar leven en dat wilde zij niet stoppen.

In 1868 ontmoette Berthe Morisot de schilder Édouard Manet (1832-1883), hij had aan een wederzijds bevriende kunstenaar, Henri Fantin-Latour (1836-1904), gevraagd of hij geïntroduceerd kon worden bij de zusjes Morisot. Manet was namelijk erg onder de indruk van Berthe Morisot, zowel van haar verschijning als haar schilderkunst. In een brief aan Fantin-Latour zei Manet na zijn ontmoeting:  Ik ben het volledig met je eens … de zusjes Morisot zijn verrukkelijk‘.

 

Morisot schilderde al geruime tijd in impressionistische stijl en haar werken werden, in tegenstelling tot haar mannelijke collega’s, enthousiast ontvangen in de officiële Salon, Manets werken daarentegen werd meestal afgewezen.

De traditionele schilderkunst in het midden van de 19e eeuw was classicistisch van aard en Venus was het meest populaire onderwerp, waarbij de schilders teruggrepen op het geïdealiseerde beeld van de Aphrodite van Knidos van Praxiteles.  Het vrouwelijk naakt was in de 19e eeuw alleen toegestaan als geïdealiseerde, mythologische figuur in een historiestuk. Volgens de mythe werd Venus geboren uit het schuim van de zee, dus een naakte weergave van haar was helemaal verantwoord. Toen Manet zijn schilderij ‘Le déjeuner sur l’herbe’ instuurde voor de Salon van 1863, werd het geweigerd. Dat jaar werd de Salon des Refusés opgericht en daar kwam het werk terecht. Het werd een van de meest bekritiseerde werken. Manet had weliswaar geprobeerd een eigentijdse vrouw in een klassieke compositie te plaatsen, hiervoor had hij zich laten inspireren door werken van Raphaël en Giorgione, maar helaas begreep het publiek zijn link tussen de traditie en de eigen, moderne tijd niet. Zijn leven lang heeft Manet gevochten voor erkenning, die hij pas na zijn dood zal krijgen. Tegenwoordig wordt Manet gezien als de grote vernieuwer, omdat hij een brug wist te slaan tussen traditie en vernieuwing. Bovendien maakte hij in zijn latere werk gebruik van de impressionistische schilderstijl, al wenste hij geen impressionist te worden genoemd. Interessant om te ontdekken dat hij pas na zijn ontmoeting met Morisot voor deze nieuwe manier van schilderen koos…..

Zoals gezegd, in 1868 ontmoette Manet de kunstenares Berthe Morisot en was meteen onder de indruk van haar. Hij vroeg haar of zij zijn leerlinge wilde worden, maar Morisot weigerde. Er was geen enkele noodzaak om leerlinge te worden van een kunstenaar wiens werken overwegend werden afgewezen. Bovendien werden haar werken niet alleen toegelaten in de Salon, zij werden ook verkocht. Dat impressionistische schilderijen van vrouwelijke kunstenaars wel werden toegelaten in de Salon en die van mannelijke kunstenaars niet, lijkt op het eerste gezicht misschien heel vreemd. Maar nadere bestudering van deze tijd wijst uit dat men in de 19e eeuw het impressionisme juist zag als een vrouwelijke manier van schilderen, omdat het schetsmatig was en niet volgens de principes van de academie was geschilderd. Vrouwen mochten niet studeren aan de Académie des Beaux-Arts (waarom kun je nalezen in mijn boek  ‘Herstory of Art’) waardoor zij ook geen ‘bien-fini’ schilderij konden maken. Het schetsmatige werk van vrouwelijke kunstenaars bevestigde hun onkunde in de ogen van de academici en daarom was een veelgehoorde uitspraak L’Impressionisme est feminine….

Ondanks haar weigering om leerlinge van Manet te worden, ontstond er een hechte vriendschap tussen hen en wisten zij elkaar te inspireren. Door haar succes op de officiële Salon waagde Manet zich zelfs aan het impressionisme, waardoor hij tegenwoordig wordt gezien als de vader van de moderne schilderkunst.

 

Bovenstaande afbeeldingen geven duidelijk aan hoe Manet zich heeft laten inspireren door de schilderstijl van Morisot.

Tijdens de eerste tentoonstelling van de impressionisten in 1874 exposeerde Morisot twee schilderijen die heel positief werden ontvangen. In ‘Le Siècle’ van 29 april verscheen deze recensie van Jules Castagnary: Berthe Morisot heeft het in haar vingers, vooral in haar vingertoppen. Wat een fijn en artistiek gevoel! Je kunt geen gracieuzere afbeeldingen vinden die met meer overleg en delicater zijn behandeld dan ‘De wieg’ en ‘Verstoppertje spelen’. Ik wil er nog aan toevoegen dat de uitvoering ervan volledig overeenstemt met het idee dat moest worden uitgedrukt.

 

In hetzelfde jaar, op 22 december 1874, trouwde Berthe Morisot met Eugène Manet (1833-1892), de jongere broer van Édouard. In een brief schreef Berthe: Ik heb een eerlijke en perfecte jonge man gevonden, die oprecht van mij houdt. Ik ben de positieve kant van het leven binnengekomen na zo’n lange tijd van hersenschimmen… Het was een huwelijk gebaseerd op wederzijdse liefde. Berthe kon blijven schilderen onder haar eigen naam en Eugène deed niets liever dan het werk van zijn vrouw nog meer op de markt brengen. In 1878 werd hun enige kind, Julie Manet (1878-1966) geboren. Dochter Julie werd al snel een van Berthe’s favoriete onderwerpen waardoor wij een intieme blik krijgen op hun gezinsleven. In 18 jaar huwelijk maakte Berthe Morisot meer dan 350 schilderijen, wat ongehoord veel is in die tijd voor een getrouwde vrouw!

 

Tegen het eind van zijn leven werd de gezondheid van Eugène Manet steeds slechter, uiteindelijk stierf hij in 1892. Berthe Morisot was door verdriet overspoeld zoals blijkt uit haar brief: Ik eindig mijn leven in het weduwschap dat jij als jonge vrouw hebt gekend. Ik noem het geen isolement, want ik heb Julie immers, maar er is toch een soort eenzaamheid, want in plaats van me te laten gaan, moet ik me beheersen om haar de aanblik van mijn verdriet te besparen. Drie jaar later stierf Berthe Morisot aan de gevolgen van een longontsteking, waardoor Julie Manet op de leeftijd van 16 jaar een weeskind werd. De bevriende dichter Stéphane Mallarmé (1842-1898) werd haar voogd. In haar dagboek ‘De impressionistische wereld van Julie Manet’ kunnen we lezen hoe hecht de groep impressionisten was, al waren er weleens woordenwisselingen als het erop aan kwam, stonden ze voor elkaar klaar. Julie Manet beschrijft op een liefdevolle en ongedwongen manier hoe zij op bezoek ging bij o.a. Monet, Renoir, Degas en Mallarmé. Net als haar moeder had Julie een passie voor schilderen en zij werd hierin ondersteund door de collega’s van haar moeder. In 1900 trouwde zij met de kunstenaar Ernest Rouart (1874-1942), zij kregen samen 3 zonen waardoor Julie Manet weinig tijd had om professioneel te blijven schilderen.

Niemand vertegenwoordigt het impressionisme met meer talent en met meer autoriteit dan Berthe Morisot….. Gustave Geffroy had gelijk toen hij deze woorden schreef, het wordt tijd dat de kunsthistorische wereld dat ook inziet en dat Morisot uit de schaduw treedt van haar mannelijke collega’s!

© 2012 Karin Haanappel

Bekijk enkele van haar werken door op de video te klikken:





Charlotte Salomon: Leven? of Theater?

16 04 2012

Vandaag, 16 april 2012, zou Charlotte Salomon 95 jaar geworden zijn……. Echter, zij is reeds op 10 oktober 1943 in Auschwitz om het leven gebracht en heeft deze hoge leeftijd nooit gehaald. Dat wij vandaag de dag weten wie deze Joodse vrouw was, heeft alles te maken met haar levenswerk Leven? of Theater? dat vanaf  20 november 1971 een permanent onderkomen heeft in het Joods Historisch Museum in Amsterdam (www.jhm.nl).

Het totale werk van Charlotte Salomon bestaat uit 1325 gouaches en transparanten. Hiervan zijn er veel door Charlotte zelf afgekeurd en zo ontstond een genummerde serie van ongeveer achthonderd schilderingen.
Leven? of Theater? heeft de vorm van een muziektheaterstuk met akten en scènes. De structuur is helder met een proloog, hoofddeel en epiloog. De proloog beslaat de tijd van Charlottes jeugd in Berlijn tot 1937. Het hoofddeel gaat over haar grote liefde, de zangpedagoog Alfred Wolfsohn, en zijn verhouding met Charlotte en haar stiefmoeder, de operazangeres Paula Salomon-Lindberg. De epiloog behandelt het verblijf van Charlotte in Zuid- Frankrijk van 1939 tot 1942.

 

In een hotel in St. Jean Cap Ferrat werkte Charlotte Salomon in de zomer van 1942 dag en nacht aan de voltooiing van haar werk. Met de woorden “c’est toute ma vie” (het is mijn hele leven) vertrouwde ze Leven? of Theater? toe aan dokter Moridis in Villefranche-sur-Mer. Na de oorlog schonk de arts het werk aan Ottilie Moore, aan wie Leven? of Theater? is opgedragen. Deze Amerikaanse vrouw had Charlotte en haar grootouders onderdak geboden in haar villa in Villefranche. Zij gaf de verzameling gouaches, samen met Charlottes zelfportret, in 1947 aan Albert en Paula Salomon (Charlotte’s vader en stiefmoeder), die tot dan toe niets afwisten van het bestaan van het werk.

Albert en Paula Salomon lieten vijf, met linnen beklede dozen maken waarin ze de schilderingen meer dan tien jaar bewaarden. In 1959 brachten ze het werk onder de aandacht van het Stedelijk Museum in Amsterdam dat een tentoonstelling organiseerde in 1961. Dit betekende het begin van een reeks exposities en publicaties over Charlotte Salomons Leven? of Theater? Op 20 november 1971 schonken Albert Salomon en zijn vrouw Paula Salomon-Lindberg de ruim 1300 gouaches aan het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Een paar jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met het werk van Charlotte Salomon via kunstenares Natascha van der Linden en raakte gefascineerd door haar verhaal. Afgelopen zaterdag zag ik de documentaire van Frans Weisz over Leven? of Theater? in de Verkadefabriek in Den Bosch. Een intrigerende verfilming over Charlotte en haar Leven? of Theater?…..

Wie was Charlotte Salomon?
Charlotte Salomon (1917-1943) groeide op in een bourgeois Duits-joods milieu in Berlijn. Daar leefde ze als jong meisje relatief onbezorgd tot de nationaal-socialistische machtsovername in 1933. Desondanks voltooide ze nagenoeg een opleiding aan de kunstacademie. In januari 1939 ontvluchtte Charlotte Berlijn en reisde naar haar grootouders in Zuid-Frankrijk, die nazi-Duitsland al in 1933 verlaten hadden. In 1940, na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, pleegde haar grootmoeder zelfmoord. Toen pas werd Charlotte verteld dat ook haar moeder in 1926 een einde aan haar leven had gemaakt. De 24-jarige Charlotte verwerkte deze roerige familiegeschiedenis en haar ervaringen als Joodse in Berlijn op een buitengewone manier. Zij zag zich voor de keus gesteld een eind aan haar leven te maken of ‘iets heel krankzinnig bijzonders’ te ondernemen. Ze trok zich totaal terug en begon in een ongekende creatieve explosie te schilderen. Buiten, onder de Zuid-Franse zon, ontstond zo tussen 1940 en 1942 in achttien maanden van geconcentreerd werken Leven? of Theater?, een reeks van bijna achthonderd gouaches (schilderingen met onverdunde waterverf) waarin Charlottes levensverhaal wordt verteld. “En zij zag met wakkergedroomde ogen alle schoonheid om haar heen, zag de zee, voelde de zon en wist: ze moest een tijdlang van de menselijke oppervlakte verdwijnen en daarvoor ieder offer brengen om vanuit de diepte haar wereld nieuw te scheppen.” Charlotte Salomon werd in oktober 1943 in Auschwitz op 26-jarige leeftijd om het leven gebracht.

Met dank aan het Joods Historisch Museum voor het beschikbaar stellen van de complete collectie van het werk van Charlotte Salomon (en achtergrond informatie) op de website:
http://www.jhm.nl/collectie/thema’s/charlotte-salomon

© 2012 Karin Haanappel





De Amazones van Der Blaue Reiter

20 10 2011

In 2011 is het precies 100 jaar geleden dat de kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter werd opgericht. In de hedendaagse kunstbeleving is Der Blaue Reiter onherroepelijk verbonden met de uit Rusland afkomstige Wassily Kandinsky. Daar heeft hij zelf ook wel voor gezorgd door als woordvoeder naar buiten te treden en ook in latere tijden steevast zijn eigen rol te benadrukken. Toch is Der Blaue Reiter het resultaat van verschillende kunstenaars: mannen en vrouwen. Het grote publiek is vooral bekend met de mannelijke kunstenaars: Wassily Kandinsky, Franz Marc en August Macke. Helaas staan de vrouwelijke kunstenaars nog altijd in de schaduw van hun mannelijke collega’s…… Tijd om kennis te maken met de Amazones van Der Blaue Reiter.

 

München 1900
Toen Kandinsky in 1896 naar München kwam, had de stad al een behoorlijke reputatie opgebouwd als cultuurstad. Het  artistieke klimaat rond de eeuwwisseling had een grote aantrekkingskracht op schilders, beeldhouwers, architecten, ontwerpers, componisten en schrijvers. Bovendien was het dé stad van de Jugendstil. Veel kunstenaars kwamen uit Rusland, Oost- en Midden-Europa om kennis te maken met het avant-gardisme, bovendien zagen sommigen München als springplank naar het westen, met name naar Parijs. Kandinsky had Rusland verlaten om kunstenaar te worden. Na het zien van enkele ‘Hooibergen’ van Claude Monet in Moskou kon hij zijn idee over de samenhang tussen kleuren en klanken niet meer uit z’n hoofd zetten ….. en vertrok naar het westen. In 1902 ontmoette Kandinsky de kunstenares Gabriele Münter en gedurende vele jaren zouden zij elkaar wederzijds inspireren: een ware kunstbestuiving was het gevolg. In 1896 waren ook Alexej Jawlenksy en Marianne Werefkin vanuit Rusland naar München gekomen en een ontmoeting met landgenoot Kandinsky was onvermijdelijk . Pas 10 jaar later zou deze kennismaking haar vruchten afwerpen en uitgroeien tot een vriendschap die artistiek heel essentieel zou worden en de basis werd van Der Blaue Reiter.

Marianne Werefkin (1860-1938)

Ich schaffe mir ganz bewußt Illusionen und Träume.
Darin bin ich Künstler. Ich bin mehr Mann als Frau.
Allein das Bedürfnis zu gefallen und das Mitleid machen mich zur Frau.
Ich bin nicht Mann, ich bin nicht Frau, ich bin Ich.

 

Marianne Werefkin kwam uit een aristocratische familie. Toen haar ouders ontdekte dat zij talent had voor schilderen, kreeg zij verschillende privéleraren, waaronder Ilja Repin. In de daarop volgende jaren werd Werefkin zeer succesvol en beroemd als de ‘Russische Rembrandt’. In 1888 raakte zij gewond tijdens de jacht, zij schoot in haar schildershand (rechts) en moest voortaan haar middelvinger missen. Het herstel ging voorspoedig en zij kreeg zelfs een huwelijksaanzoek van de behandelende arts, dat zij afwees: zij wenste geen ‘doktersvrouw’ te worden. Haar passie lag bij de schilderkunst en haar wens was door Europa te reizen om nog meer kunst en cultuur te ontdekken. In 1892 ontmoette zij Alexej Jawlensky in het atelier van Repin en was meteen gefascineerd door zijn verschijning. Jawlensky stond nog aan het begin van zijn carrière en Werefkin besloot het op zich te nemen om hem te doceren. Zij was overtuigd van zijn talent en vroeg hem met haar door Europa te reizen. In 1896 kwamen ze in München aan: Werefkin, Jawlensky en het negenjarige kamermeisje Helene.

Werefkin had inmiddels haar penselen neergelegd om Jawlensky te behoeden voor enige vorm van jaloezie haar kant op. Zij stimuleerde hem een ‘grote meester’ te worden en deed alles wat in haar macht lag om dit te bereiken. In München ging zij Salons organiseren, die druk bezocht werden. Werefkin was ervan overtuigd dat slechts mannen succesvol konden worden als kunstenaar en vrouwen hier een bijdrage aan dienden te leveren…. Als dank voor al haar inspanningen werd in 1902 de zoon van Jawlensky geboren, die hij verwekt had bij het kamermeisje Helene. Werefkin wist dat Jawlensky een rokkenjager was, dit was echter een zeer pijnlijke situatie. Jawlensky zou ruim 20 jaar later, op sterk aandringen van zijn zoon, trouwen met Helene.

Omdat Jawlensky gefaald had in succesvol worden, begon Werefkin haar ideeën in een dagboek “Lettres à un Inconnu” uit te werken. Daarin beschrijft zij o.a. hoe kunst vanuit een spiritueel bewustzijn wordt geboren. Zonder dat haar dagboeken gepubliceerd zijn, heeft de kunstwereld toch kennis kunnen maken met haar gedachtegoed want  in 1911 publiceert Kandinsky een essay “Über das Geistige in der Kunst” waarin hij, zonder bronvermelding, al haar ideeën beschrijft. Vanaf 1908 gingen zowel Kandinsky & Münter als Werefkin & Jawlenksy in Murnau wonen. Het contact werd intensiever en Kandinsky luisterde heel graag en aandachtig naar alles wat Werefkin vertelde…..

Ondertussen had Werefkin vanaf 1906 haar penselen weer opgepakt en schilderde zij naar hartelust. Bovendien werden haar werken op menig tentoonstelling geëxposeerd. Dat zij een van de grondleggers was van Der Blaue Reiter staat tegenwoordig buiten kijf, al zal het grote publiek  nog altijd aan Kandinsky denken……

Door de politieke situatie in Europa (uitbreken Eerste Wereldoorlog en Russische Revolutie) vluchtten Werefkin, Jawlensky, zijn zoon en Helene naar Zwitserland. Na het huwelijk van Jawlensky met de moeder van zijn zoon, ging Werefkin naar Ascona, waar zij tot haar dood bleef wonen en werken. In Ascona bevindt zich de Fondazione Marianne Werefkin.

Ich will arbeiten bis zur Tollheit. All mein Sinnen und Trachten gehört der Arbeit. Werefkin 1902

Gabriele Münter (1877-1962)

 

Gabriele Münter, geboren in Berlijn, was als kind al veel aan het tekenen en schilderen. Heel graag had zij een academische opleiding gevolgd, maar destijds was het vrouwen nog niet toegestaan om deze opleiding te volgen en van de kunst hun professie te maken. Wel waren er schilderscholen speciaal voor vrouwen, maar dat vond Münter saai. Toen haar ouders overleden waren en zij een erfenis had gekregen, ging ze met haar zussen naar de Verenigde Staten (op familiebezoek). Ruim 2 jaar trokken de dames rond en Münter heeft van deze reis vele foto’s gemaakt, naast schilderen een van haar artistieke bezigheden.

In 1901 keerde Münter terug naar Duitsland en vestigde zich in het avant-gardistische München, waar zij Kandinsky ontmoette. Zijn anti-academische houding sprak haar zeer aan: hij was een voorstander van buiten schilderen, in de open lucht, net als Monet. Er was direct sprake van een wederzijdse aantrekkingskracht tussen beide personen, maar Kandinsky was nog getrouwd (en zou dat blijven tot 1911). Toch verloofde het paar zich in 1903 en leefde openlijk met elkaar samen. Om niet steeds in de nabijheid van Kandinsky’s vrouw te zijn, gingen zij reizen door Europa en Noord-Afrika. In Parijs raakte Münter gefascineerd door de werken van Les Fauves, die net tentoongesteld waren op de Salon d’Autumn.

In 1908 kwamen Kandinsky en Münter weer naar München en begin 1909 kocht Münter een huis in Murnau, dat al snel het ‘Russische Huis’ genoemd vanwege de vele (Russische) kunstenaars die hier samenkwamen en elkaar inspireerden. het is in dit huis dat de plannen gemaakt werden voor Der Blaue Reiter. Naast Münter, Kandinsky, Werefkin en Jawlensky kwamen nu ook o.a. Franz Marc en zijn vrouw Maria, August Macke en zijn vrouw Elisabeth en de componist Arnold Schönberg naar Murnau. Zowel de schilderkunst als de muziek werd in deze jaren steeds abstracter.

In december 1911 werd de eerste tentoonstelling van Der Blaue Reiter gehouden in Galerie Thannhauser in München. De naam Der Blaue Reiter was oorspronkelijk bedoeld als naam voor een Almanak, die jaarlijks zou verschijnen. Kandinsky’s uitleg over de naam: ‘Marc en ik hielden allebei van paarden én van blauw: dan is het snel geregeld!‘….

Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moest ook Kandinsky vluchten, via omwegen keerde hij terug naar Rusland. Münter verbleef in Scandinavië en wachtte tot hij terug zou komen. In 1916 zouden ze elkaar voor het laatst zien, daarna verbrak Kandinsky alle contact. Jaren later hoorde zij dat hij in 1917 getrouwd was met de 16-jarige moeder van zijn enige zoon (die slechts 2 jaar heeft geleefd) ‘hij wist ook niet hoe zij zwanger was geworden, maar een man dient zijn verantwoording te nemen’……

De schok voor Münter was groot en tot 1925 heeft zij niet kunnen schilderen, pas in 1931 keerde zij terug naar Murnau met haar nieuwe levenspartner Johannes Eichner. Net als Werefkin is ook Münter blijven schilderen tot haar dood. Kandinsky heeft de werken uit zijn Murnau-periode nooit meer terug gezien, Münter weigderde deze terug te geven. Toen Kandinsky het uiteindelijk tot een rechtzaak liet komen, heeft de rechter Münter gelijk gegeven en mocht zij de werken houden als een soort alimentatie. Toen zij stierf, heeft zij alle werken (die van Kandinsky, haarzelf en andere leden van Der Blaue Reiter) geschonken aan de Städtische Galerie im Lenbachhaus in München. Haar huis in Murnau is tegenwoordig opengesteld voor publiek.

Ich habe da (in Murnau) nach kurzer Zeit der Qual einen großen Sprung gemacht -vom Naturabmalen, mehr oder weniger impressionistisch- zum Fühlen eines Inhalts, zum Abstrahieren, zum Geben eines Extrakts. Münter 1911

Andere vrouwelijke kunstenaars die betrokken waren bij Der Blaue Reiter:
Maria Marc (1876-1955)

 

Maria Marc, geboren Franck, kwam uit Berlijn. Al op jonge leeftijd werd haar talent ontdekt en kreeg zij scholing in teken- en schilderkunst. In 1903 ging zij naar München om te studeren aan de speciale vrouwenacademie:  Künstlerinnen-Verein München. Twee jaar later ontmoette zij Franz Marc op een feest, maar ze verloren elkaar weer uit het oog. Maria Franck ging vervolgens naar de kunstenaarskolonie Worpswede om lessen te volgen bij Otto Modersohn. Begin 1906 ontmoetten Franz Marc en Maria Franck elkaar weer. Marc had intussen een relatie gekregen met Maria Schnür, maar nodigde Maria Franck toch uit om naar Kochel am See te komen. In de zomer van 1906 leidde Marc een ménage-à-trois met de twee Maria’s. De foto’s die er uit deze tijd bewaard zijn gebleven, geven duidelijk aan dat de ‘Freie Körper Kultur’ inmiddels een feit was.  Aan het eind van de zomer vertrok Maria Schnür naar Parijs, waar zij een zoon kreeg. Marc wilde haar besparen om alleenstaande moeder te zijn, dus trouwde hij met haar. Het huwelijk hield nog geen jaar stand. Vanaf 1908 was Maria Franck de enige partner van Franz Marc en werkten ze  zij aan zij. In 1910 leerden ze August Macke en zijn vrouw kennen, wat tot een hecte vriendschap leidde, ook op artistiek vlak. In dezelfde tijd kwamen de beide koppels ook  in contact met Kandinsky & Münter en Jawlensky & Werefkin. Kandinsky heeft altijd benadrukt dat  Marc een van de pioniers van Der Blaue Reiter is geweest. Wellicht dat zijn vroege dood (Marc stierf tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het front in 1916) met deze uitspraken verband houdt. Nog voor de oorlog waren Franz Marc en Maria Franck getrouwd. Na de oorlog heeft Maria Marc nog aan het Bauhaus gestudeerd en een tijd lang in Ascona gewerkt (in de nabijheid van Marianne Werefkin). Tot haar dood heeft ze zich met de beeldende kunsten beziggehouden, zowel met haar eigen werk als met het promoten van het werk van Franz Marc.

Natalia Goncharova (1881-1962)

 

Natalia Goncharova was 17 jaar oud toen zij in 1898 ging studeren aan de kunstacademie in Moskou, zij wilde beeldhouwster worden. Daar leerde zij Mikhail Larionov kennen en besloot, net als hij, te kiezen voor de schilderkunst. Vanaf dat ogenblik waren zij onafscheidelijk en werden belangrijke sleutelfiguren in de  Russische Avant-Garde. Zij ontwikkelden samen o.a. het Rayonisme, een vorm van abstractie die uitging van de beweging van lichtstralen en overeenkomsten had met het kubisme en futurime.
Naast alle moderne ontwikkelingen was Goncharova diep geraakt door de Russische folklore en vooral de centrale rol die vrouwen al eeuwen hadden op het Russische platteland. Ook was zij de leermeester van Malevich, die tegenwoordig als belangrijkste avantgardist wordt gezien. Doordat Goncharova en Larionov in Parijs waren tijdens het uitbreken van de Russische revolutie konden ze niet terug naar Rusland. De rest van hun leven hebben ze samen in ballingschap doorgebracht, schilderend tot het eind…..

Als een van de weinige vrouwelijke kunstenaars heeft Natalia Goncharova nooit in de schaduw gestaan van haar partner. Zij was een pionier in de moderne avant-gardistische kunst aan het begin van de 20e eeuw en verdient haar plaats in de kunstgeschiedenis, net als de andere Amazones van Der Blaue Reiter!

Op 8 maart 2012 is mijn boek ‘Herstory of Art’ verschenen waarin ik een overzicht geef van vrouwelijke kunstenaars vanaf de oude steentijd tot het moment waarop de canon van de kunstgeschiedenis werd geschreven (midden 19e eeuw).  Het vervolg ‘Herstory of Modern Art’ behandeld vrouwelijke kunstenaars vanaf het begin van de 19e eeuw tot nu. Op mijn weblog http://www.herstoryofart.wordpress.com schrijf ik over mijn onderzoek en schrijfproces.

© 2011 Karin Haanappel





‘Vrouwen van Aanzien’ tentoonstelling over Etrusken in het RMO Leiden

16 10 2011

Afgelopen vrijdag opende in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden een deel van de dubbeltentoonstelling over de Etrusken. Het andere deel is te zien in het Allard Pierson Museum in Amsterdam. Leiden ontfermt zich over ‘Vrouwen van Aanzien’ en Amsterdam buigt zich over ‘Mannen met Macht’.

Op Facebook was vorig weekend een actie: als je een link over deze tentoonstelling deelde met je vrienden en bovendien ‘vind ik leuk’ aanklikte, maakte je kans op een uitnodiging voor de officiële opening op vrijdagavond 14 oktober. Deze informatie delen is natuurlijk voor mij geen probleem. Immers, als kunsthistorisch docent attendeer ik mensen wel vaker op interessante exposities. Bovendien was ik wel heel benieuwd naar deze tentoonstelling over de Etrusken, vooral naar het deel in Leiden dat zich specifiek richt op de vrouwen! Tot mijn grote verbazing en vreugde won ik een kaartje……

Het was een hele sfeervolle avond met live muziek, een Toscaanse markt, speedlezingen, speedrondleidingen en uiteraard vrije toegang tot de tentoonstelling ‘Vrouwen van Aanzien’. Mijn keuze was snel gemaakt:
1. speedrondleiding door Ruurd Halbertsma (conservator RMO klassieke wereld)
2. speedlezing ‘Cherchez la femme (on)grijpbare vrouwen in de Vroege Prehistorie van Noordwest Europa’ door Luc Amkreutz (conservator RMO Nederland prehistorie)
3. speedlezing ‘Isis in Valkenburg’ door Olaf Kaper (hoogleraar Egyptologie aan de Universiteit Leiden)
Daarna wilde ik de tentoonstelling rustig bekijken samen met collega-kunsthistorica Marielle Lassche.

Ruurd Halbertsma nam ons tijdens zijn speedrondleiding mee naar een van de stukken uit de vaste collectie van het RMO: de Sarcofaag van Simpelveld. Deze zandstenen sarcofaag was gevonden in Limburg en dateerde uit de Romeinse tijd (175-250). In een kleine 20 minuten kregen we een enthousiast en betrokken verhaal te horen over de achtergrond van deze unieke sarcofaag die aan de binnenkant prachtig gedecoreerd is en het interieur van een kamer moet voorstellen. Op een bank ligt de overleden vrouw. Aan het hoofdeinde staat een stoel met daarnaast een kist. Tegenover de bank staat een rek met daarop drie flessen: een vierkante en twee ronde. Daarnaast staat een wandtafel op drie poten, versierd met leeuwenkoppen en -klauwen, gevolgd door een rek met daarop twee kannen, twee emmers en daarboven drie bekers en een flesje. Daarnaast een kast met twee deuren. Daarnaast een aantal nissen. Tussen de laatste nis en het voeteneinde van de bank is de zijkant van een Romeinse villa weergegeven. In de sarcofaag zijn nog een aantal grafgiften gevonden, hoewel grafrovers de sarcofaag al deels hadden geleegd. Na de feitelijke details kregen we nog een persoonlijk gedicht te horen dat Ruurd Halbertsma geschreven had voor dit unieke topstuk uit de vaste collectie. Hij verhaalde over de ‘Vrouw van Aanzien’ die deze sarcofaag had besteld bij een beeldhouwer…. En terwijl ik luisterde naar de woorden, dacht ik ineens: ‘zou de beeldhouwer ook een vrouw geweest kunnen zijn…. ?

Vervolgens ging ik naar de speedlezing over prehistorische vrouwen! Dezelfde ochtend had ik nog een college gegeven over paleolithische kunst (grotschilderingen en venuskunst) dus ik was wel benieuwd wat ik hier te horen en zien zou krijgen….
Luc Amkreutz nam ons mee terug in de tijd van het late paleolithicum en verontschuldigde zich dat hij wellicht ‘kort door de bocht’ zou zijn, maar het was dan ook een speedlezing. Vol enthousiasme vertelde hij over een periode die doorgaans niet belicht wordt in de kunstgeschiedenis. Toch is het zinvol om juist hier te starten, zodat duidelijk wordt waarom de Etruskische samenleving hoog ontwikkeld en geëmancipeerd was. Uit de oude steentijd, toen de mensen als jager/verzamelaars rondtrokken, is opvallend veel vrouwelijke kunst teruggevonden.

Luc Amkreutz benadrukte dat de oude steentijd geen matriarchale samenlevingen heeft gekend, we moeten deze beeldjes niet als godinnen zien. Dat ben ik met hem eens. De beeldjes getuigen van een symbolisch bewustzijn en tonen doorgaans zwangere en vruchtbare vrouwen. Persoonlijk vind ik het belangrijk om naar deze beelden te kijken vanuit de context van de tijd waarin zij zijn gemaakt en niet met de hedendaagse ‘male gaze’. Ik ben het dan ook niet eens met de stelling dat deze beeldjes een voorbeeld van steentijdpornografie zijn. Pornografie is een uitvinding uit veel latere tijden. Veel aannemelijker is het, dat deze beeldjes uitdrukken wat essentieel was voor de jager/verzamelaarscultuur en dat was m.i. de cyclus van het leven. Dat daarbij het vrouwelijke meer in beeld werd gebracht dan het mannelijk is niet verwonderlijk. Immers, vrouwen zijn in staat om leven te dragen, te baren en in stand te houden. In mijn boek ‘Herstory of Art’ (dat 8 maart 2012 gepresenteerd wordt in Singer Laren) zal ik uitvoerig ingaan op deze beeldtraditie en ook verklaren waarom de jager/verzamelaars egalitaire stammen waren. Inderdaad geen matriarchaten, maar sociaal gezien in balans. Er heerste een gelijkwaardigheid tussen de seksen, met elkaar en naast elkaar werd de zorg voor de groep gedeeld. Ieder had daarin zijn/haar eigen taak.

In de nieuwe steentijd ging men over naar landbouw en veeteelt. Ook waren er nog steeds jager/verzamelaars en kwam er een sociale groep bij: herders. Grofweg kun je stellen dat er twee soorten culturen ontstonden uit de samenlevingen die steeds groter werden:
1. egalitaire culturen
2. dominantie culturen
Het grootste verschil is dat egalitaire culturen gericht zijn op zelfvoorziening terwijl dominantie culturen expansiedrift hebben. Lange tijd kunnen deze samenlevingen naast elkaar bestaan, maar uiteindelijk zullen de dominantie culturen de egalitaire culturen koloniseren. Een goed voorbeeld hiervan zijn de Etrusken die uiteindelijk zullen opgaan in het Romeinse Rijk.

De laatste speedlezing die ik bijwoonde, ging over Isis van Valkenburg! Als auteur van ‘Het Parijs van Isis’ was ik zeer benieuwd naar deze lezing. Olaf Kaper toonde een bronzen beeldje uit de vaste collectie van het RMO, slechts 13 cm hoog en gevonden in Valkenburg (Zuid-Holland). Overduidelijk een hellenistische beeldje dat als Isis geïdentificeerd is vanwege de 3 struisvogelveren in haar diadeem. In Valkenburg is overigens geen tempel van Isis geweest.

 

Eerst werd uitgelegd wie Isis eigenlijk was: de grootste en belangrijkste Egyptische godin die door Alexander de Grote over de Hellenistische wereld verspreid raakte en door de Romeinen haar weg vond naar alle uithoeken van het Rijk. Er werden beelden getoond van een Egyptische Isis, zonder struisvogelveren, maar met de horens van Hathor. Jammer dat er geen uitleg over haar naam werd gegeven. Isis is een Griekse vertaling van de Egyptische naam ST, waarschijnlijk uitgesproken als Auset, en betekent letterlijk troon/zetel. Isis draagt doorgaans de hiëroglief van de troon/zetel op haar hoofd zoals te zien is op de cover van mijn boek en op de afbeelding hierboven uit het Louvre,  naast de Isis van Valkenburg. Vervolgens werd duidelijk gemaakt dat Isis in de  Hellenistische en Romeinse tijd een soort metamorfose had doorgemaakt en veel Egyptische attributen was kwijtgeraakt. De Isis van Valkenburg past bij de nieuwe verschijning van Isis. Door het belang van Isis als een van de meest populaire godinnen van het Romeinse Rijk te benadrukken, werd de parallel naar de ‘Vrouwen van Aanzien’ van de Etrusken gemaakt.

En dan de tentoonstelling van de Etrusken in één woord: PRACHTIG

 

Het RMO heeft een zeer sfeervolle opstelling gemaakt, waarbij de kleur rood (zo kenmerkend voor Toscane) een belangrijke rol speelt. Etruskische fresco’s zijn nagemaakt en meer dan 600 museumstukken staan opgesteld. Blikvangers zijn prachtige gouden sieraden, bronzen wapens, beelden van goden en godinnen en rijk versierd aardewerk. Veel van die kostbaarheden zijn gevonden in rijk bedeelde grafkamers. Van deze beroemde prinsen- en prinsessengraven is voor deze tentoonstelling een spectaculaire driedimensionale reconstructie gemaakt. Bovendien zijn er maquettes en reconstructies van tempel- en paleisdaken waarop ooit imposante terracotta beelden prijkten.

Persoonlijk vind ik het erg verrassend om bepaalde elementen uit de Donaucultuur (5000-3500 v. Chr.) terug te zien bij de Etrusken. Ook de Donaucultuur was een hoogontwikkelde en geëmancipeerde maatschappij, nog voor de glorie van de klassieke oudheid en de bekende culturen van Mesopotamië en Egypte. Het zou fantastisch zijn als het RMO in de toekomst een tentoonstelling kan organiseren over deze vergeten wereld van Oud Europa. In 2010 was ‘The Lost World of Old Europe: the Danube Valley’ te zien in New York. Hoe lang zal het duren voordat wij in Nederland de schitterende kunstwerken van de Donaucultuur kunnen bewonderen……

Eerst de Etrusken!! En deze prachtige tentoonstelling kan ik van harte aanbevelen! Nog te zien tot 18 maart 2012. Meer informatie is te vinden op de website van het RMO: http://www.rmo.nl/actueel/tentoonstellingen/etrusken

© 2011 Karin Haanappel





Blanche Hoschedé Monet: in het licht van Claude Monet

25 09 2011

Ongetwijfeld is je eerste indruk bij het zien van dit schilderij: weer één van Monets korenmijten! Maar als je goed kijkt, zie je links onderaan dat de signatuur een andere naam aangeeft: Blanche Hoschedé.
Blanche Hoschedé Monet (1865-1947) was de stiefdochter van Claude Monet voordat zij trouwde met zijn oudste zoon Jean en dus de naam Monet mocht dragen. Vanaf het moment dat Claude Monet in haar leven kwam, was ze gecharmeerd van hem maar nog veel meer van zijn kunst. Hij leerde het haar met alle plezier en zij werd zijn meest getalenteerde leerlinge en rechterhand.

Claude Monet wordt ook wel de meester van het licht genoemd. Hij schilderde slechts de kleuren die hij waarnam, impressies van het ogenblik die hij vastlegde met een vlotte penseelvoering en liefst nog ‘en-plein-air’ geschilderd. Het is aan hem te danken dat wij deze manier van schilderen impressionisme zijn gaan noemen!

In 1874 organiseerde een aantal kunstenaars een tentoonstelling van hun eigen werken, waarbij zij de wereld wilden laten zien dat er nog veel meer te koop was dan een handjevol ‘Naissances de Vénus’. Op de jaarlijkse Salon in Parijs werden hoofdzakelijk academische kunstwerken geëxposeerd. Venus, geboren uit het schuim van de zee, was een populair onderwerp bij de academische heren. De kunstwerken van Les peintres de la vie moderne werden doorgaans afgewezen door de jury, omdat deze werken ‘in de schets waren blijven hangen en dus onvoltooide werken waren’. Bovendien waren hun onderwerpen niet conventioneel genoeg. Na lang wikken en wegen besloten de moderne schilders het heft in eigen hand te nemen en organiseerden een tentoonstelling van onafhankelijke kunstenaars. Daar pronkte een schilderij van Claude Monet ‘Impression,  Soleil levant’ wat door een criticus als een mislukte impressie werd gezien, “zelfs het allergoedkoopste behang is beter afgewerkt dan dit zeegezicht”. En daarmee had de groep onafhankelijke, anonieme kunstenaars een naam gekregen: de impressionisten!

Blanche Hoschedé werd geboren op 12 november 1865 in Parijs. Zij was de tweede dochter van Ernest en Alice Hoschedé. Ernest was zakenman en een groot bewonderaar en verzamelaar van Les peintres de la vie moderne. In 1876 nodigde hij Claude Monet uit op zijn kasteel in Montgeron om te komen schilderen. Blanche was 11 jaar toen ze Monet voor het eerst ontmoette en in haar dagboek lezen wij: “Claude Monet is voor de eerste keer bij ons in Montgeron gearriveerd, papa en mama noemen hem een groot kunstenaar. Het valt me op dat hij lang haar heeft. Ik vind hem erg aardig en zijn schilderijen zijn heel bijzonder. Vooral het schilderij van zijn vrouw, Mme Monet, zittend in het gras met de stralen van de zon op haar jurk!”.

Nog geen jaar later, in 1877, maakte Ernest Hoschedé zijn bankroet bekend. Zijn enorme collectie schilderijen werd verkocht, ver onder de prijs, en vele kunstenaars raakten hun broodheer kwijt, waaronder ook Monet. De hechte vriendschap tussen Claude Monet en Alice Hoschedé zorgde ervoor dat Alice met haar zes kinderen naar Vétheuil ging en introk bij Monet, zijn vrouw Camille en hun twee zonen. Toen in 1879 Camille Monet na een lange lijdensweg stierf, nam Alice de zorg voor het gezin Monet op zich. Vanaf dat moment zouden de families bij elkaar blijven: Claude, Alice en de in totaal acht kinderen. De onduidelijke relatie tussen Claude en Alice werd opgelost na de dood van Ernest, waardoor zij met elkaar konden trouwen op 16 juli 1892.

Blanche had het voorrecht om de grote kunstenaar van nabij mee te maken en al snel werd zij zijn meest begaafde leerlinge. Hij leerde haar alles wat hij wist over de natuur, de kleuren en het licht. Zij schilderde mee aan zijn zijde en gebruikte hetzelfde canvas, dezelfde penselen en hetzelfde palet met dezelfde kleuren…… De jaren in Giverny (1883-1897) waren gelukkige jaren waarin Blanche en Monet intensief samenwerkte. Zonder signatuur is het zelfs nu nog moeilijk om te bepalen of de schilderijen uit deze periode van Blanche of van Monet zijn!

In 1897 trouwde Blanche met Jean Monet en verhuisde van Giverny naar Rouen, waar zij de wereld om zich heen bleef weergeven in impressionistische schilderijen. Na de dood van haar man keerde Blanche in 1914 terug naar Giverny. Inmiddels was haar moeder in 1911 overleden en werd Monets gezichtsvermogen steeds minder waardoor Blanche besloot het huishouden in Giverny op zich te nemen, voor Monet te zorgen en hem te assisteren met zijn schilderijen. Daardoor had zij nog weinig tijd over voor haar eigen schilderkunst. Maar voor haar betekende het niet in de schaduw van Monet te moeten staan, maar juist in het licht! Blanche beheerste de impressionistische schilderkunst van Monet als geen ander……. Ook heeft zij ervoor gezorgd dat het huis en de tuin in Giverny bewaard zijn gebleven.

Blanche Hoschedé-Monet était une personne d’une grande discrétion et qu’elle n’a jamais cherché à faire carrière. Dans un monde affairé, voire trop souvent affairiste, son oeuvre qui est faite essentiellement d’images de nature est à l’unisson d’un regard sur le monde, humble, enjoué et généreux. Pas dans l’ombre mais dans la lumière de Monet. (Philippe Piguet)

Werk van Blanche Hoschedé-Monet komt op
http://www.facebook.com/blanche.hoschede.monet.herstoryofart/
Meer over haar leven en werk is te lezen op het weblog van Ariane Cauderlier
http://givernews.com/?Blanche-hoschede-monet

© 2011 Karin Haanappel

 





Artemisia Gentileschi in Parijs

14 07 2011

Parijs bezoeken is altijd een feest!
Deze stad die haar naam te danken heeft aan de Egyptische godin Isis, heeft een haast magische aantrekkingskracht op velen … misschien wel vanwege haar grote geheim! Om het mysterie van Parijs te ontdekken, verwijs ik graag naar mijn boek ‘Het Parijs van Isis’.

 

Tot 15 juli 2012 is het extra de moeite waard om een bezoek te brengen aan Parijs, er is namelijk een prachtige tentoonstelling over de enige vrouwelijke carvaggista die we kennen: Artemisia Gentileschi.

Artemisia Gentileschi, La Donna Caravaggista
Er zijn veel navolgers geweest van Caravaggio (1571-1610) maar er was slechts één “Caravaggista” en dat was Artemisia Gentileschi (1593-1652). Geboren in Rome ten tijde van de contra-reformatie en opgegroeid in het schildersatelier van haar vader Orazio Gentileschi (1563-1639) toonde Artemisia al vroeg haar kunstzinnige talenten. Haar voorkeur ging uit naar grootse historiestukken – een zeer ongebruikelijk genre voor vrouwen die geen menselijke anatomie mochten bestuderen naar naaktmodel – waarbij ze de chiaroscuro technieken van Caravaggio optimaal liet doorwerken. Ondanks haar controversiële positie was Artemisia Gentileschi de eerste vrouw die in 1616 werd toegelaten tot de Accademia dell’Arte del Disegno in Florence. Ook heeft zij gewerkt aan diverse hoven in Italië en aan het hof van de Engelse koning in Londen.
Haar leven was net zo turbulent als de tijd waarin zij leefde, vol beweging en dynamiek. Het grootste schandaal was de rechtszaak rondom haar verkrachting door een collega van haar vader, Agostino Tassi (1578-1644). In de archieven van Rome zijn de meeste getuigenisverklaringen van deze rechtszaak bewaard gebleven en daaruit kunnen we opmaken dat de positie van de vrouw in die dagen niet gunstig was. Als een vrouw verkracht was, had zij dit zelf uitgelokt en moest zij haar onschuld bewijzen. Daarvoor werd zij net zolang gepijnigd totdat zij haar schuld zou toegeven. Artemisia bleef haar schuld ontkennen maar heeft o.a. gebroken vingers opgelopen aan beide handen, wat het schilderen enige tijd heeft bemoeilijkt. Na deze kwestie in 1612 heeft zij Rome verlaten.
In de jaren’ 80 van de twintigste eeuw is Artemisia Gentileschi een cultfiguur geworden bij de feministen. Daardoor zijn er veel geromantiseerde boeken en films over haar leven verschenen.

© 2012 Karin Haanappel

14 maart t/m 15 juli 2012 
Artemisia Gentileschi in Musée Maillol





De Tarottuin van Niki de Saint Phalle

5 06 2011

In 1955 bezocht Niki de Saint Phalle de stad Barcelona en raakte erg onder de indruk van de werken van Gaudi. Vooral het Parc Güell gaf haar veel inspiratie en betekende het begin van een droom om ooit een eigen park te realiseren.

Tien jaar later, in 1966, ontwierp zij voor het Museum voor Moderne Kunst in Stockholm een indrukwekkende Oermoeder, genaamd HON, waar iedereen in  en uit kon lopen. Het was een groots kunstwerk: 28 m lang, 9 m breed en 6 m hoog, dat in de museumzaal werd opgebouwd (met hulp van haar partner Jean Tinguely), maar na afloop van de expositie ook weer moest worden afgebroken. Het enige wat er van over is gebleven, zijn de vele foto’s, de tentoonstellingscatalogus en wat zeldzame filmbeelden. Niki’s droom van haar eigen park werd aangevuld met de wens om daarin een blijvende Oermoeder te creëren.

 

Het duurde nog 12 jaar voordat haar droom uitkwam. In 1978 kreeg Niki de Saint Phalle een stuk grond aangeboden in Zuid-Toscane in Italië en begon zij met het ontwerpen van de Giardino dei Tarocchi. Niki liet zij zich inspireren door de 22 kaarten van de Grote Arcana van de Tarot. Op 15 mei 1998 werd de tuin officieel geopend en daarmee was haar droom realiteit geworden! Niet alleen had zij nu haar eigen park, ook de Oermoeder was teruggekeerd. Een van haar ontwerpen (tarotkaart III de keizerin) had Niki zodanig vormgegeven dat zij er zelfs in kon wonen, wat zij ook enkele jaren heeft gedaan.

Niki de Saint Phalle koos voor de Tarot, omdat de 22 kaarten van de Grote Arcana met elkaar de levensweg symboliseren, die ieder mens hier op aarde aflegt. Arcana betekent ‘geheim’ en volgens psycholoog C.G. Jung (1875-1961) onthullen de kaarten het individuatieproces dat eenieder meemaakt.

De kaarten op een rij
kaart  0: De Dwaas
kaart  1: De Magiër
kaart  2: De Hogepriesteres
kaart  3: De Keizerin
kaart  4: De Keizer
kaart  5: De Hiërofant (leraar)
kaart  6: De Geliefden (keuze)
kaart  7: De Zegewagen
kaart  8: De Gerechtigheid
kaart  9: De Kluizenaar
kaart 10: Het Rad van Fortuin
kaart 11: De Kracht
kaart 12: De Gehangene
kaart 13: De Dood
kaart 14: De Gematigdheid
kaart 15: De Duivel
kaart 16: De Toren
kaart 17: De Ster
kaart 18: De Maan
kaart 19: De Zon
kaart 20: Het Oordeel
kaart 21: De Wereld
kaart 22 = kaart 0 (de reis begint opnieuw)

Voor wie meer wil weten, ga naar de officiële website van de Tarottuin: http://ilgiardinodeitarocchi.it/en/

Lees ook het artikel ‘De hemelse en aardse Moeder in Tarot en Kunst’ waarin De Keizerin als archetype van de Grote Moeder uitvoerig besproken wordt, klik hier.

© 2011 Karin Haanappel